الجمعة , نوفمبر 17 2017
أخبار نسمه
أنت هنا: الرئيسية / Stories / stories / Int Nisma Alaklouk & Itemar met_Koen_Vidale-Dec2014
630 عدد المشاهدات
Int Nisma Alaklouk & Itemar met_Koen_Vidale-Dec2014

Int Nisma Alaklouk & Itemar met_Koen_Vidale-Dec2014

Met een die hard havik wou de Palestijnse schrijfster Nisma Al Aklouk zich niet verzoenen. “Want dat zou verraad aan mijn volk betekenen.” Maar naar een Israëlische vredesactivist als Itamar Shachar wil ze wel luisteren. Shachar: “Het is triest om te zien dat wij joden niet genoeg hebben geleerd van de Holocaust. In plaats van tegen racisme te vechten, maken velen van ons zich schuldig aan agressie en overheersing.”

Door Koen Vidal

Of ze bereid was om zich met een Israëlische jood te verzoenen? Lang hoefde de jonge Palestijnse schrijfster Nisma Al Aklouk niet over deze vraag na te denken. “Ik denk wel dat ik daartoe in staat ben. Maar het hangt ervan af met wie u mij wil confronteren. Als het met een Israëliër is die geen enkel probleem heeft met de agressie van deze zomer, kan het niet. Echt niet. Er zijn in juli en augustus meer dan tweeduizend Palestijnen vermoord. Door te praten met iemand die dit alles verdedigt, zou ik de indruk wekken dat voor mij alles weer normaal is en dat verraad zouden mijn familie en vrienden nooit aanvaarden.”

Maar met de Israëlische doctoraatsstudent Itamar Shachar wil Nisma wel praten. De twee ontmoetten elkaar onlangs voor het eerst tijdens Café Palestine, een bijeenkomst in het Brusselse café De Monk. Itamar is een vredesactivist die zich tijdens zijn militaire dienst distantieerde van Israëls aanvalsacties tegen Palestina. “Ik dacht dat het mogelijk was om als dienstplichtige de Palestijnen correct te behandelen. Maar al snel kwam ik erachter dat een militair die volgens de regels van het Israëlische leger handelt zich voortdurend schuldig maakt aan mensenrechtenschendingen. Ik was gelegerd in Gaza en stond aan checkpoints. Keer op keer moest ik mensen terugsturen omdat ze zogezegd geen vergunning hadden om zich te verplaatsen. Studenten, ouderen, zieke mensen.”

Het gesprek tussen Nisma en Itamar vindt plaats in een koffiebar nabij het Brusselse Justitiepaleis. “Ik ben benieuwd naar wat je over de Israëlische agressie van deze zomer gaat vertellen”, zegt Nisma aan het begin van het gesprek. Itamar legt uit dat er wel degelijk Israëliërs zijn die zich tegen de bommencampagne van hun leger verzetten. “Wat me deze keer wel verbaasde, is dat de aanvallen zo agressief en moordend waren. Israël verloor echt elke zin voor proportie.”

Nisma valt meteen in. “Ik was toen in Brussel maar dat is exact wat mijn familie en vrienden in Gaza me vertellen. De agressie was nog nooit zo hevig als deze zomer. Er was werkelijk geen enkele veilige plaats in Gaza. En weet je: het gebeurde allemaal tijdens de ramadan. De inwoners van Gaza waren zich op een feest aan het voorbereiden: op iets leuks, een gelukkig moment. En wat kregen ze: bommen, bloed en dood. En het lijden is nog niet voorbij: de Israëlische raketten vernietigden meer dan twintigduizend huizen; veel families wonen op straat. En omdat er veel scholen zijn platgebombaardeerd, zitten Palestijnse schoolkinderen nu in klassen van vijftig.”

Nisma, die ondertussen al twee jaar in Brussel woont, vertelt dat ze een heel dubbel gevoel had om tijdens het laatste conflict ver weg van huis te zijn. “Aan de ene kant wou ik natuurlijk bij mijn familie zijn: om hen het leven iets minder moeilijk te maken. Maar tegelijk had ik een gevoel van: oké, ik ben in Brussel, ik hoef me geen zorgen te maken om een bom die elk moment op mijn huis kan vallen. Brussel was zo rustig tijdens die vreemde zomerdagen!”

Itamar: “Ik zat in juli ook met dat dubbele gevoel. Als ik in Brussel met vrienden iets ging drinken, voelde ik me schuldig. Het meest maakte ik me ongerust over mijn vrienden in Israël die zich tegen de aanvallen op Gaza verzetten. Zij werden letterlijk en figuurlijk in het nauw gedreven. Velen werden met de dood bedreigd, anderen fysiek aangevallen door fascisten van de rechterzijde. Ik hoorde dat veel gematigde Israëliërs zich niet meer openlijk tegen de agressie van deze regering durven uitspreken. Ze zijn bang om naar betogingen te komen en hebben zelfs schrik om over de telefoon hun meningen en ideeën te delen. Mijn samenleving is zich aan het sluiten en het is erger dan ooit.”

Of Nisma dat gevoel ook heeft; dat haar gemeenschap aan het radicaliseren is en zich afsluit van toenadering en verzoening? “Bij ons ligt dat toch anders. Heel veel Israëliërs steunden de agressie en denken er niet aan om de decennialange bezetting van Palestina te beëindigen. Hoe moeten wij daarop reageren? Tegenover iemand die letterlijk je huis binnenvalt, alles steelt en je kinderen doodt? Deze zomer zijn opnieuw vrienden van mij gestorven: kinderen, geliefden. Meer dan tweeduizend mensen! Die er gewoon niet meer zijn. Ze zijn dood! En dan nog al die gewonden en psychische pijn. Is het niet heel menselijk dat je op dit alles woedend reageert? Dat je niet meer met de andere kant wil praten en  wraak wil nemen?”

Itamar: “Mij maakt het ook triest hoe vele Israëliërs zich gedragen. We hebben allemaal die beelden van stervende mensen gezien. Dat je dat geweld blijft steunen gaat er bij mij niet in. De onverschilligheid, het cynisme, het openlijke racisme. In plaats van te reageren als menselijke wezens, veranderen ze in fascisten.” Het is een zwaar woord, fascisten. Hoe moeilijk vindt Itamar het om andere joden als fascist te omschrijven? “Het is triest om te zien dat wij als joden niet genoeg hebben geleerd van de Holocaust. In plaats van tegen racisme te vechten, maken velen van ons zich schuldig aan agressie en overheersing. Net daarom besliste een aantal joden in België om een alternatieve spreekbuis te creëren: Een Andere Joodse Stem, heet onze organisatie. Onze groep ijvert voor vrede in Israël-Palestina maar verzet zich ook tegen alle vormen van racisme. Dat verzet is nauw verweven met onze geschiedenis. In de strijd tegen xenofobie zouden joden voorop moeten lopen.”

Nisma heeft heel aandachtig naar Itamar geluisterd. “Dit is heel belangrijk”, zegt ze na een lange stilte. “Zolang de Israëliërs denken dat hun bloed meer waard is dan het onze, zal er niets veranderen. Zolang ze denken dat ze het internationale recht en elementaire mensenrechten mogen schenden, blijft Palestina de hel op aarde. Dan blijft vrede een gratuit begrip. Daarom geloof ik niet dat 2015 anders zal zijn dan 2014. Het enige wat wij Palestijnen kunnen doen is te leren leven met de idee dat het alleen maar erger kan worden. Want in deze situatie is het niet verstandig om te hopen. Wij hebben allemaal onze momenten van hoop gekend. Na een staakt het vuren denk je: oké, nu zullen ze wel tot inkeer komen, nu zal de wereld niet meer laten begaan. Maar dan komt er weer een volgende bommenregen. Natuurlijk wil ik dat onze kinderen in vrede leven, dat ze kunnen genieten van eenvoudige rechten: naar school gaan, veiligheid, gezondheid, gaan en staan waar je wil. Maar ik weet niet hoe we dat moeten realiseren. Momenteel zijn alle deuren gesloten. We zitten opgesloten.”

Itamar wil het gesprek niet zo beëindigen. Zo zacht mogelijk probeert hij Nisma op te beuren. “Op dit soort momenten denk ik vaak aan de woorden van Antonio Gramsci. ‘In deze wereld kun je niet anders dan pessimistisch zijn in je analyses, maar positief in je acties.’ Zelfs als er geen oplossingen zijn, is het goed om in je alledaagse leven het optimisme levend te houden. Dat doe jij toch ook Nisma; anders zou je geen boeken schrijven. Ik denk ook dat er een zekere hoop kan voortkomen uit het feit dat de internationale druk op Israël nu echt wel aan toenemen is. Verschillende EU-lidstaten en ook het Europees parlement hebben de Palestijnse staat erkend. Premier Netanyahu doet misschien wel alsof hij de hele wereld kan trotseren, maar in werkelijkheid is hij behoorlijk gestresseerd over die groeiende internationale druk. Dit is wel degelijk een manier om de zaken te veranderen.”

click here

عن nismah

اضف رد